Dialoog tussen twee mensen

Drie valkuilen bij het schrijven van dialogen

Een goede dialoog laat tussen de regels door karaktertrekken van je personages zien. Let er maar eens op.  Het noteren van dialogen is alleen niet zo makkelijk als het lijkt. Ik noem drie valkuilen bij het schrijven van dialogen.

Valkuil 1: onduidelijk zijn over wie er spreekt

Het klinkt zo simpel: personage Inge zegt iets en John antwoordt, waarna hij een reactie krijgt en daar vervolgens weer op ingaat. Wellicht volgt er een sneer en daarna een woedeaanval, geschreeuw, en vervolgens verzachtende woorden en tot slot een bizarre opmerking.

Wie maakt de bizarre opmerking? John of Inge?

Soms kun je als lezer zomaar de draad kwijt zijn. Wie zegt wat? Wees helder over wie er aan het woord is.

Moet je dan achter elk citaat melden wie het zegt?

Nee, liever niet zelfs.

Kijk maar:

‘Zo, ben je daar eindelijk?’ zei Inge.
‘We hadden toch om halfnegen afgesproken?’ zei John.
‘Nee, ik zit hier al een halfuur te wachten,’ zei Inge. ‘Zoals gewoonlijk.’
‘Niks meer aan te doen dan,’ zei John.
‘Kun je niet op zijn minst één keer rekening met me houden?’ zei Inge.
‘Doe maar een biertje,’ zei John.

Dit is vervelend om te lezen. Niet alleen omdat er telkens ‘zei’ staat – gebruik eens wat synoniemen – maar ook omdat we in dit geval na de eerste twee zinnen heus wel weten wie er aan het woord is.

Je kunt het ook zo opschrijven:

‘Zo, ben je daar eindelijk?’ Inge keek op haar horloge.
‘We hadden toch om halfnegen afgesproken?’ zei John.
‘Nee, ik zit hier al een halfuur te wachten. Zoals gewoonlijk.’
‘Niks meer aan te doen dan.’ John legde zijn jas over de leuning van de stoel en keek de zaak in om te zien of er bekenden zaten.
‘Kun je niet op zijn minst één keer rekening met me houden?’
John wenkte naar de ober. ‘Doe mij maar een biertje.’

Prima te volgen en iets meer aankleding. We zien het tafereeltje beter voor ons. En we weten nu ook dat John gewoon een ongeïnteresseerde bullebak is.  

Valkuil 2: overbodige informatie

‘Denk je dat Poekie echt nog terugkomt?’ vroeg Vicky ongerust. ‘Hij is al twee dagen weg.’
‘Ik denk dat hij tot moes is gereden,’ antwoordde Peter bot. ‘Hartstikke dood.’
‘Hoe kun je dat nou toch zeggen, ‘zei vader verbijsterd. ‘Natuurlijk komt Poekie terug.’

Foto: Malek Dridi via Unsplash


De woorden ‘ongerust’, ‘bot’ en ‘verbijsterd’ voegen niets toe. Als het goed is blijkt de toon al uit je tekst.

En zo niet, zorg daar dan voor. Via je woordkeuze bijvoorbeeld.

Schrijf dialogen met zo min mogelijk van deze toevoegingen.

Zelf vind ik het als lezer vervelend als auteurs te veel voor mij invullen. Ik wil het zelf voelen.

Valkuil 3: personages die op dezelfde manier praten

Als auteur én als lezer wil je natuurlijk het liefst een levendig gesprek. Dat krijg je niet als jouw personen op dezelfde manier praten. In dat geval wordt je dialoog snel saai.  

In de scène over Poekie zou het bijvoorbeeld minder leuk zijn als alle personages hetzelfde reageren.

‘Denk je dat Poekie echt nog terugkomt?’ vroeg Vicky. ‘Hij is al twee dagen weg.’
‘Zou hij misschien verdwaald zijn?’ reageerde Peter.
‘Misschien heeft hij een nieuw baasje gevonden?’ zei vader.

Vergelijk dat eens met de scène bij valkuil 2 van het schrijven van dialogen.

Je voelt dat de karakters daar veel meer uiteenlopen: een angstig, klein meisje versus en pesterig broertje en een geruststellende vader. Veel leuker om te lezen toch?

Ik hoop dat je na het lezen van deze drie valkuilen bij het schrijven van dialogen, levendiger beschrijft hoe een gesprek verloopt. En waarbij duidelijk is wie het woord heeft.

Wil je meer weten over dialogen?

Lees dan eens het schrijfboek van Don Duyns: Dialogen schrijven – Laat je personages spreken.

Wat vind jij lastig aan dialogen schrijven?   

author-sign

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.