4 schrijvers en hun schrijfproces getoond als radertjes

4 schrijvers en hun schrijfproces

Laatst surfte ik over de website van het Literatuurmuseum en stuitte ik op een interessant onderzoek naar het schrijfproces van 4 schrijvers. Het is leuk en leerzaam om te zien hoe hun verhalen vorderen. Ik ga je uitleggen waarom.

Wat hield het experiment van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in samenwerking met de Universiteit Antwerpen in? Walter van den Berg, Bregje Hofstede, Alma Mathijsen en Thomas Heerma van Voss beloofden in 2016 om in vier weken tijd een kort verhaal te schrijven. Elke week leverden ze hun concept in, zodat onderzoekers de vorderingen van hun schrijfproces konden bestuderen.

Waarom? Eeuwenlang maakten schrijvers kladjes en nieuwe versies op papier. Zo kon je zien hoe hun creatieve proces verliep. In het huidige digitale tijdperk is dat lastiger omdat je gewoon kunt schrappen in Word. Weg kladje! Weg eerste versie! Dag blik op het schrijfproces!

Met bovengenoemd project, Het Literaire Werk 2.0, volgden onderzoekers de schrijvers met speciale computerprogramma’s.

4 schrijvers en hun schrijfproces: computermuis
Foto: Vojtech Okenka via Pexels

Allereerst installeerden ze op de computer van de auteurs een programma dat verschillende dingen bijhield:

  • elke toetsaanslag en muisklik;
  • de duur van de pauzes;
  • wat de schrijver schrapte en toevoegde;
  • welke internetpagina’s de schrijver tijdens het schrijven bezocht;
  • of de schrijver misschien ‘stiekem’ tekst kopieerde en plakte.  

Vervolgens gingen de auteurs vier weken aan de slag om in Word een verhaal van minimaal 1800 woorden te schrijven. Het leuke is dat ze er ook over tweetten.

Tweet Alma Mathijsen over onderzoek naar schrijfproces.

Ik zou daar best zenuwachtig van worden, dus:

hulde!

Op de website van het Literatuurmuseum kun je zien hoe dat allemaal uitpakte. Het leuke is dat je per auteur een verhaal in wording kunt lezen. Inclusief taalfouten. Zo verklapte Alma Mathijsen dat ze tot haar eigen schrik ‘terminale baden’ schreef in plaats van ‘thermale baden’.

Je leest hoe ze uitstelde.

Schrijfproces tweet Alma Mathijsen over uitstellen.

Fijn om te weten dat je niet de enige bent die uitstelt en taal- en spelfouten maakt, toch?

Schrijfproces 1: lineair schrijven

Ik focus even op Alma Mathijsen. In het eerste concept noteerde ze wat ideeën:

  • Een verhaal in het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker over een vermiste vrouw die op zoek ging naar zichzelf.
  • Temperaturen van IJslandse baden, met de mededeling ‘misschien setting’.
  • Telefoontjes van eenzame mensen naar de politie.
  • Twee zinnen voor een dialoog.
  • Informatie over een IJslandse lekkernij.
  • Een alinea van Wikipedia over Nithing Pole (Arnar). Wat? Googelen maar.

In haar tweede concept voegde ze vooral wat vragen toe over de vermiste vrouw. Waarom ging ze alleen naar IJsland? Was ze eenzaam? Waarom herkende niemand haar? En nog zo wat. De antwoorden, zo lezen we later,  vormen de ingrediënten en het fundament voor haar verhaal. Ook kwam ze met een aanzet voor een vrouwelijke hoofdpersoon: een naam, een leeftijd, een beroep, hobby’s, haar verhouding tot anderen.

Het derde concept was een deel van een verhaal in de ik-vorm. Het begint op het moment dat de hoofdpersoon uit een bus met toeristen stapt en zich afzondert. Je zit meteen in het verhaal en Mathijsen is al een eind op weg. De laatste zinnen vormden zowaar een cliffhanger. Hoe gaat dit verder?

Het vierde en laatste stuk was het afgeronde verhaal. Mathijsen begon haar verhaal op dezelfde manier maar schrapte her en der een zin, verbeterde slechts wat taalfouten, koos soms wat andere woorden, en maakte het verhaal gewoon af. Ze had een meelezer, zo blijkt. Dat kan helpen bij je schrijfproces, als je ervoor openstaat.

Mathijsen werkte vrij lineair: van idee naar uitwerking door uitgebreide research, en van een eerste opzet naar verbetering én afronding van het verhaal. Plot en structuur veranderde ze niet echt. Die stonden kennelijk al vast. De werkwijze van Mathijsen spreekt mij erg aan. Die research vooraf ligt mij wel.

Of 2: meteen veel schrappen

De overige schrijvers gingen anders te werk.    

Zo schrapte Walter van den Berg in de tweede versie meteen al complete alinea’s.

Zoiets als dit:

Hatsekiedee!

Een buurvrouw – van wie de hoofdpersoon de opdracht krijgt om ’s nachts een podium te bewaken – werd uiteindelijk ‘iemand’. Verwarring over de term ‘wereldmuziek’ werkte Van den Berg in de tweede versie uit, maar schrapte hij – helaas – in de laatste versie. In feite experimenteerde hij wat meer. Uiteindelijk koos hij in de eindversie voor meer dialoog. Zo kon hij conflicten tussen de hoofdpersonen uitwerken.

De onderzoekers onderscheidden bij Van den Berg drie fases:

  • In de eerste fase herschreef hij slechts her en der.
  • Bij de tweede fase schreef hij vooral veel nieuwe alinea’s en herschreef hij nauwelijks.
  • In de derde fase schrapte hij het meest.

Schrijfproces 3: blijven schaven

De schrijver die het meest bleef schaven aan zijn tekst – over een jongeman die voor een nieuw paspoort komt, maar vanwege ziekte niet meer op zijn pasfoto lijkt –  was Thomas Heerma van Voss: bijna de helft van de tijd redigeerde hij wat hij eerder schreef. Hij schreef met een apart aantekeningendocument en maakte opmerkingen over wat hij nog moest doen.

Zelf vind ik dat ook fijn werken, want soms moet een uitwerking of toevoeging eerst even rijpen. Door een opmerkingen tussendoor weet je dan wat je waar nog moet doen. Heerma van Voss schreef dus niet-lineair, want nieuwe teksten voegde hij her en der toe.

Of 4: vooraf uitwerken op papier

Tot slot maakte Bregje Hofstede, als enige, eerst aantekeningen in notitieblokjes. Ze werkte, volgens de onderzoekers, vooraf van alles uit: toon, thema en missie.

Daarna breidde ze de plot uit en werkte ze aan de opening van haar verhaal – een sprookje met daarin een belangrijke rol voor een appel. Ze maakte alvast aantekeningen voor het vervolg, dacht na over de vorm en de sfeer, gebruikte doorhalingen en liet soms verschillende varianten van teksten staan.

Bij het overzetten naar Word (wel lineair) was Hofstede niet bang een volgorde te veranderen of emoties van hoofdpersonen te skippen. Ze wilde die niet te veel aandikken. Stond de tekst eenmaal in haar computer, dan schrapte ze nauwelijks meer. Herschrijven (vooral in woordkeuze) deed ze op papier al.

Hoe werk jij?

Wat voor jou het fijnste werkt, zul je al schrijvende moeten uitzoeken. Misschien is het een combinatie van manieren.

Een synopsis – een korte samenvatting per hoofdstuk – kan structuur geven, zodat je niet verdwaalt of nog erger: opgeeft. Heb je geen inspiratie voor hoofdstuk X, dan kun je met een synopsis makkelijk verder met hoofdstuk Y. Misschien heb je er wat aantekeningen voor klaarliggen volgens de methode van Heerma van Voss. Of wellicht heb je vooraf wat research gedaan, zoals Mathijsen.

Lees vooral ook de interviews met de auteurs (op de eerdergenoemde website van het Literatuurmuseum). Ze leren je dat hun schrijfproces heus niet van een leien dakje verliep.

author-sign

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.